Postbus 64710 | 2506 CC Den Haag

Vrije Beroepsorganisatie VBIM wil voor zijn deelnemers (zzp-ers, DGA’s) een passende pensioenregeling. De bestaande verzekeraars en pensioenfondsen zijn er niet in geslaagd een dergelijk product aan te bieden en sommigen kampen nog met de afwikkeling van hun woekerpolissen.

Daarom heeft VBIM in 2012 het initiatief genomen tot het ontwikkelen van een pensioenregeling van, voor en door zelfstandig ondernemers. Samen met PZO (Platform Zelfstandig Ondernemers) en FNV-ZZP heeft VBIM de Haagse politiek kunnen overtuigen van het aanpassen van de pensioenwetgeving, zodanig dat voor zzp-ers in 2015 een nieuwe mogelijkheid ontstaat voor het opbouwen van pensioen.
Het nu tot stand gekomen zogeheten zzp-fonds biedt een pensioenverzekering met een aantal extra’s en is een stap in de goede richting.

VBIM wil de ontwikkeling doorzetten met gebruikmaking van een nieuwe pensioenvorm: de PPI (premie pensioen instelling). Deze regeling is een volwaardige pensioenregeling, zoals ook beroepsgroepen als artsen, advocaten, notarissen, apothekers en anderen dat kennen. Het verschil dat VBIM maakt zit in het onverplichte karakter en flexibiliteit in de premiestortingen. Hiertoe moet de pensioenwet verder worden aangepast.

Om dit te realiseren heeft VBIM een aparte stichting opgericht: de pensioeninstelling Ondernemers Belangen Pensioenen OBP.

OBP richt zich op een pensioenvoorziening voor alle zelfstandig ondernemers in de vorm van een PPI (premie pensioen instelling). De PPI is een nieuw fenomeen in het Nederlandse pensioenstelsel en is afkomstig uit Europese wetgeving.
Aansluiting bij een PPI is mogelijk voor ondernemers die zich onverplicht verenigen in een beroepsorganisatie (zoals VBIM), waarbij deelname in de pensioenregeling mogelijk wordt als de ondernemer zich aansluit bij het pensioencollectief van die organisatie (zoals OBP). Aansluiting daarbij verplicht dan tot deelname in de pensioenregeling (zoals VBIM).

Deze nieuwe pensioenvorm PPI komt simpel gezegd neer op het principe van de beschikbare premie, dat wil zeggen dat de deelnemer zelf bepaalt  hoeveel geld zij/hij jaarlijks in de eigen pensioenpot wil storten. Ook de looptijd in jaren van de stortingen is individueel te bepalen. Speciaal voor ondernemers een prettige regeling zonder verplichtingen.
Maximale flexibiliteit, en maximaal inzicht. De voordelen van een collectieve regeling zitten vooral in het onderbrengen van de individuele premies in een groter geheel, waarmee hogere rendementen haalbaar worden en waardoor lagere vermogensbeheerkosten in rekening worden gebracht.

VBIM is van mening dat juist deze nieuwe PPI zich bij uitstek leent om “Voor Ondernemers – Door Ondernemers”, via de branche/beroepsorganisaties, opgezet te worden. Een PPI hoeft niet door een bank/verzekeraar te worden opgezet, wij kunnen dat als beroepsorganisatie ook zelf.

Wat betekent een PPI pensioen voor u?

Een PPI pensioen is een individuele regeling, zonder solidariteit over generaties, en zonder de problematiek van dekkingsgraden en indexaties.

Het opgebouwde pensioenvermogen kan niet worden aangetast door schuldeisers bij faillissement, en u kunt niet gedwongen worden de pensioenpot eerst aan te spreken ingeval van een bijstands- of andere uitkering.

Een PPI is een volwaardige collectieve pensioenregeling, met fiscale regels zoals voor reguliere pensioenen (deels aftrekbare premie, deels onbelast spaardeel, lager belaste uitkering).

Net als bij andere collectieve regelingen gelden de wetten van het volume: hoe meer deelnemers, hoe lager de administratieve lasten en hoe hoger het rendement.

In een PPI bent u verplicht een minimale jaarpremie te storten (bijv. € 100 ) maar verder bepaalt u zelf het jaarlijks te storten bedrag (beschikbare premie), afhankelijk van uw bedrijfsresultaat, wat bij vrije beroepers per definitie jaarlijks varieert. Ter indicatie: gemiddelde bedragen die ondernemers nu storten liggen rond de € 6.000 per jaar.
Het is een verplichte regeling, maar u kunt vrij in- en uittreden. Opgebouwde pensioen zijn overdraagbaar binnen het Nederlandse pensioenstelsel. Dus elders opgebouwde pensioenen kunt u inbrengen, of uw PPI vermogen naar een ander pensioenfonds overdragen.
U bent vrij in de termijn van opbouw, dus u bepaalt zelf –binnen de fiscale grenzen- wanneer u met pensioen gaat of per wanneer u uw opgespaarde pensioenpot wil omzetten in een lijfrente. Maximale flexibiliteit, u bent zelf aan zet.

In een PPI kunt u dagelijks, via uw eigen webpagina, zien hoe uw pensioenpot ervoor staat. Op de website kunt u narekenen wat de effecten zijn bij stortingen, over de gekozen periode. U kunt die periode variëren om de effecten daarvan na te gaan. Ook de fiscale aspecten (wel – en niet aftrekbaar of belastbaar deel) worden weergegeven.
Volkomen transparantie over de kosten, de rendementen, de effecten van bijstorten, de fiscale behandeling.

Een PPI is een beschikbare-premie-regeling. Het uiteindelijke pensioenbedrag is dus afhankelijk van de stortingen die u doet, over het aantal jaren, het rendement wat de fondsbeheerder van de PPI weet te behalen, en de administratiekosten.
Daarbij kunt u kiezen voor de wijze van beleggen: garantiesom, defensief beleggen of offensief beleggen, elke vorm met eigen kosten. U kunt een eigen mix maken en daartussen jaarlijks switchen. Ook hier maximale flexibiliteit en transparantie.

De PPI is een fiscaal gefaciliteerde collectieve opbouw-regeling, geen verzekering voor een vast bedrag aan pensioen na de pensioendatum. (Dat soort zekerheid biedt overigens geen enkel traditioneel fonds zoals we ooit dachten – maar inmiddels beter weten).
Met uw opgebouwde PPI pensioenpot kunt u bij elke verzekeraar in Nederland of de EU, op het door u gewenste moment, een lijfrente aankopen met een garantiebedrag aan pensioenuitkeringen over een door uzelf te bepalen termijn (minimaal 2 jaar). Er wordt geen belasting geheven bij het overdragen van de pensioenpot aan de lijfrente-verzekeraar. Belastingheffing vindt plaats op het moment van uitkeren tegen het dan geldende tarief, onder voorwaarden afhankelijk van het land waaronder u fiscaal valt.

Op deze wijze verlegt u met een PPI het “’biometrisch-” of “langlevenrisico” van de pensioenopbouwfase naar de uitkeringsfase.
Bestaande traditionele fondsen moeten deze risico’s al meewegen in de opbouwfase, vandaar de discussies over generatiesolidariteit, premiehoogten, dekkingsgraden en indexaties.

Dit is ook het verschil met de PPI. Die is niet erg geschikt voor vaste werknemers. Met een PPI bent u niet verzekerd voor arbeidsongeschiktheid (geen premievrijstelling) en een PPI dekt ook geen uitkering aan partner/nabestaanden bij uw overlijden.

Als ondernemer weet u als geen ander welke risico’s u wilt nemen en kunt overzien. Bijverzekeren van arbeidsongeschiktheid en nabestaanden-uitkeringen via een overlijdensrisico polis kan immers altijd naast de PPI. OBP zal daarin ook gaan voorzien.

Heeft u vragen over de PPI of interesse in deelname?